bijen

 

bij

Bijenhouden als hobby

Moderne hulpmiddelen hebben het houden van bijen eenvoudiger gemaakt dan het eeuwenlang geweest is. De tijd van de strokorven en de sierlijke maar onpraktische bijenstalletjes met een pittoresk dak van pannen of riet is voorgoed voorbij. Tegenwoordig worden uitsluitend nog bijenkasten in overdekte opstellingen gebruikt, zonder overbodige tierelantijnen. In die kasten zijn van dichtbij de gedragingen van
de koningin, de werkbijen en de darren te zien: het bouwen van raten, het voeren van larven door de voedsterbijen.De ervaren hobby-imker werkt met ongeveer vijf bijenvolken. Wie pas met de hobby begint, kan zich beter beperken tot twee of
hooguit drie volken.


Omgaan met bijen

Bijen hebben ook een slechte eigenschap: ze kunnen steken. Dat is reden waarom de nijvere insecten in het verleden uit woongebieden werden geweerd. Ook die tijden liggen inmiddels achter ons, en terecht. Als de bijenhouder zijn vak verstaat, hebben omwonenden immers niets te vrezen. In tegendeel. Het is een beetje zoals met alle andere huisdieren: je moet met bijen leren omgaan. Het is voor de imker vooral een kwestie van praktijkervaring. Voor bijen die in de bebouwde kom gehouden worden gelden meestal enkele plaatselijke verordeningen (o.a. een haag van twee meter hoogte). Hieraan is in de regel gemakkelijk te voldoen.
In het algemeen kun je stellen dat bijen rust nodig hebben. Ook voor geuren zijn ze
erg gevoelig. Mijd vreemde luchtjes zoals shampoo, eau de cologne of parfum in de buurt van een bijenkast. Ook de geur van alcohol kan de agressie van bijen opwek-ken, net als een overdadige transpiratielucht. Bij onweer is het eveneens verstandig
de bijen met rust te laten.

Een imker is de “baas over zeer veel onderdanen. Een bijenvolk telt in het zomer-seizoen 50.000 tot 60.000 bijen. Zijn ze onrustig, kalmeer ze dan met een water-
nevel uit een bloemenspuit. Nog beter werkt de aloude bijenpijp. Een paar pufjes
rook uit die pijp is vaak voldoende om duidelijk te maken dat u inderdaad de baas bent. Een bijenpijp bezit een ventiel, inhaleren is niet mogelijk. De imker heeft er
zelf dus geen nadeel van.Maar alle ervaring en voorzorgsmaatregelen ten spijt:
ook de beste imker wordt nog wel eens door een van zijn bijen gestoken. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Verwijder de angel onmiddellijk met een nagelpunt. Let wel: doe dat nooit met duim en wijsvinger, want dan drukt u de achtergebleven gifblaas leeg en injecteert u uzelf.


Vliegroute

Als bijenhouder kunt u een belangrijke rol spelen bij de instandhouding en verbetering van de ecologie van dorp, stad en buitengebied. Alleen al door uw tuin op te luisteren met speciale planten die veel stuifmeel en nectar geven. Daarmee lok je immers ook hommels en vlinders en zo’n tuin is niet zelden een sieraad voor de buurt.
Het is wel raadzaam om te voorkomen dat de bijen hun vliegroute dwars door de tuin van de buren plannen. Daartoe kunt u het beste een twee meter hoge haag of schut-ting tussen de bijenstal en de tuin van de buren plaatsen. De diertjes worden dan ge-dwongen altijd tenminste op die hoogte weg of terug te vliegen.
De vlieggaten van de bijenstal moeten gericht zijn op het zuidoosten, zodat de ochtendzon “de bijen uit hun woning kietelt”, zoals de imkers het zeggen.


bee

Het bijenvolk

Een bijenvolk bestaat in de zomer uit ongeveer 50.000 bijen. ’s Winters is dat om en nabij de helft. Een volk is samengesteld uit één koningin, circa 2.000 darren (mannelijke bijen) en 48.000 werkbijen of werksters. Darren zijn alleen ’s zomers aanwezig, hun speciale taak is de bevruchting van een jonge koningin. Meestal is het de snelste en beste dar die hoog in de lucht met Hare Majesteit mag paren, maar hij moet voor dat voorrecht een zware tol betalen, want na de daad sterft hij onher-roepelijk. Tegen de herfst, als er geen jonge koninginnen meer zijn, jagen de werk-bijen de nog aanwezige darren de kast uit. In de winter is er geen plaats voor deze “onnutten”.

 


Taakverdeling

De koningin wordt in imkerstaal “moer” genoemd. Zij legt in het warme seizoen 1.200 tot 2.000 eitjes per dag. Na drie dagen komen de eitjes uit. De pasgeboren larfjes wor-den zes dagen lang door voedsterbijen gevoed. Daarna verpopt het larfje zich.
Dat popstadium duurt voor een moer zeven, voor een werkbij twaalf en voor een dar vijftien dagen. Een werkbij leeft ’s zomers ongeveer zes weken: drie weken als huis-
en binnenbij en drie weken als buiten-, veld- of haalbij. In de binnendienst functioneert zij voornamelijk als voedsterbij en ratenbouwster, maar ook het “poetsen” van de cellen, het schoonhouden van de kast, het bewaken van het vlieggat en het in ont-vangst nemen en opbergen van de nectar van de veldbijen behoort tot haar taken.
Een veldbij oogst nectar, stuifmeel, water en propolis (harsachtige stof afkomstig van planten, door de bijen gebruikt als kit).

In het najaar is er geen broed meer te verzorgen; bijen houden daardoor als het ware een hoeveelheid energie over, die wordt opgespaard in het zogenoemde eiwit-vetlichaam. Daarmee zijn ze in staat te overwinteren. In plaats van zes weken blijven ze zes tot negen maanden in leven


Bijenproducten

De gedomesticeerde honingbij levert een aantal zeer specifieke producten, waarvan de bestuiving het allerbelangrijkst is. Zou de bij plotseling van het toneel verdwijnen dan zou dat een echte calamiteit zijn voor de bestuiving van planten en bomen. Ook telers van fruit- en andere cultures zouden in grote problemen komen.

Bestuiving
Veel cultures zijn voor een groot deel afhankelijk van bestuiving door bijen. De belangrijkste daarvan: steenvruchten (zoals kers en pruim), pitvruchten (zoals appel en peer), besvruchten (zoals framboos), pronk- en tuinbonen, klavers, koolsoorten en verschillende kasteelten (tomaat, meloen).

Honing
Op drachtplanten halen de bijen nectar, die wordt omgezet in honing en daarna opgeslagen in de raten. Een tip: Gekristalliseerde honing kun je op een bierviltje, geplaatst op de centrale verwarming, weer vloeibaar maken. Nooit in de magnetron doen: dat gaat ten koste van de enzymen.

Pollen (stuifmeel)
Onmisbaar voor de voeding van larven. Pas zodra de bloemen in de omgeving stuifmeel leveren gaat de koningin op grote schaal eieren leggen. Sommige imkers verzamelen ook zelf pollen, want deze bevatten voor de mens essentiële voedingsstoffen.

Was
Het bouwmateriaal van de bijen. Ze maken er raten (cellen) van voor hun broed en voor de opslag van pollen en honing. Vrijgekomen was biedt veel industriële toepassingen zoals kerkkaarsen, lippenstift, zetpillen. En, niet te vergeten: alle Groten der Aarde zijn bij Madame Tousseaud uitgebeeld in was.

Propolis
Van harsproducten maken de bijen met behulp van hun klieren propolis, een sterk antiseptisch middel. Tevens gebruiken zij propolis als kitstof voor het verstevigen van de raten en het dichten van kieren in hun woning. Menige imker verzamelt propolis om er tinctuur of zalf van te maken, een uitstekend middel tegen wonden en huidinfecties.

Koninginnegelei
Het voedsel voor een tot koningin gepromoveerd larfje en tevens het dagelijkse
menu van Hare Majesteit. De gelei wordt toegepast in geneeskrachtige middelen en huidcrèmes. Er zijn imkers die dit (dure) product verzamelen, maar dat is geen sinecure.

Bijengif
In enkele subtropische landen wordt bijengif ingezameld ten behoeve van de farmaceutische industrie. Er worden onder meer anti-reumapreparaten van gemaakt. Voor zover bekend zijn er geen imkers die reuma hebben!


Vliegplankdiagnose

In vrijwel elke grotere plaats is een imkersvereniging gevestigd. Even bladeren in de gemeentegids biedt meestal uitsluitsel. Het kan haast niet anders of u treft een imker
in uw omgeving, die u enthousiast over zijn ervaringen kan vertellen. Het is handig
als u zo’n mentor weet te vinden, die u wellicht een volkje ter beschikking wil stellen en die u kan begeleiden op uw eerste schreden in de wereld van deze boeiende na-tuursport.Ongetwijfeld zal daarbij herhaaldelijk de term “vliegplankdiagnose” vallen, een belang-rijk begrip in de moderne bijenhouderij. De vliegplank is de plek vóór de bijenkast waarop de diertjes aan- en afvliegen. Je kunt op die plank de polsslag van
het bijenvolk waarnemen en conclusies trekken over het wel en wee van de kast-bewoners. Het is een veel betere methode dan om de haverklap de kast open te
maken en in het volk te “wroeten”.


Drachtplanten

Nectar en stuifmeel halen de bijen op zogenoemde drachtplanten. Hoe korter de afstand van de bijenstal tot de aanlokkelijke planten, hoe meer ze zullen oogsten.
De meest rendabele afstand tot drachtplanten is ongeveer twee kilometer. Bij gebrek aan voeding in de naaste omgeving bezoeken ze incidenteel drachtplanten tot op een afstand van vier kilometer.


 Honing

Een bijenvolk levert gemiddeld tien kilogram honing per jaar. In tegenstelling tot de ouderwetse korf, waar de bijen de raten aan de wanden vastbouwen, heeft een moderne bijenkast uitneembare raampjes. Zo’n kast bestaat uit een of twee broedkamers en een honingkamer. Elke kamer telt tien raampjes. Tussen het broed- en honingkamerdeel plaatst de imker een rooster, zodat de koningin geen toegang krijgt tot de honingkamer. De raampjes in de honingkamer zijn daardoor altijd vrij van broed. In de raampjes wordt een dunne wasplaat gemonteerd, die de bijen in korte tijd aan weerszijden uitbouwen met cellen. Aldus kunnen raampjes met honing uit de honingkamer worden genomen. Met een honingslinger (centrifuge) kan de honing uit de raten worden geslingerd. Via een dubbelzeef wordt de honing ontdaan van was-deeltjes en andere ongerechtigheden.Als nectar voorname-lijk uit één bloemsoort wordt gewonnen dan krijgt de honing de naam van die bloem. Zo is er heidehoning, lindehoning, klaverhoning e.a. Elke honing heeft zijn eigen, specifieke smaak. Als de honing van meerdere planten komt dan krijgt het de naam van het jaargetijde, bijvoorbeeld voorjaarshoning.

Bijenkorf-logo

 


Ziekten

Tegen de wereldwijd verspreide Varroamijt-ziekte zijn geneesmiddelen in de handel, die het bijenvolk jaarlijks, na de oogsttijd, volledig schonen van deze mijt. In 1996 hadden enkele gewassen te lijden onder een actieve luizenplaag. Daar dit euvel zich nog niet eerder voordeed, gebruikten enkele agrariërs een omstreden spuitmiddel, dat de dood van een aantal bijenvolken tot gevolg had. Dat gelijktijdig grote aantallen wilde bijen, hommels en vlinders ook het slachtoffer werden, was wel het onbedoelde en trieste neven-effect. De overheid heeft inmiddels scherpe regels ingesteld voor het gebruik van dit middel.